Sicco Mansholt

Sicco Leendert Mansholt (1908- 1995) was boer, lid van het verzet tijdens de Tweede Wereld Oorlog, minister van landbouw en de eerste commissaris van Landbouw van de EEG. Hij hoorde bij de grondleggers van de EU en hij was de architect van het Europese Gemeenschappelijk Landbouwbeleid. Als politicus die altijd mondiaal dacht, was hij één van de eersten die zich achter het rapport van Rome schaarde en zich hard maakte voor een maatschappij die niet gebaseerd is op economische groei.

Mansholt werd geboren in 1908 in een socialistisch en progressief gezin van Groningse herenboeren. Hij bracht zijn jeugd door op een groot landbouwbedrijf in Ulrum waar je de Waddenzee kon ruiken. Na de Tropische Landbouwschool te hebben doorlopen, vertrok hij naar Java om te gaan werken op een theeplantage. Maar de koloniale verhoudingen stonden hem zo tegen dat hij al snel terugkeerde naar Nederland. Hier kreeg hij de mogelijkheid een kavel te kopen in de nog maar net drooggelegde Wieringermeer. Hij trouwde met Henny Postel, met wie hij vier kinderen zou krijgen, en begon zijn leven als boer.

Maar een paar jaar later vielen de Duitsers binnen. “De vraag was niet of je iets moest doen, de vraag was wat je kon doen’. Mansholt werd actief in het verzet. Hij verborg onderduikers en organiseerde clandestiene voedseltransporten, en soms ook wapentransporten, vanuit de polder naar de hongerende steden. Aan het eind van de oorlog staken de Duitsers de dijken door, waardoor de hele Wieringermeer opnieuw onder water liep.

Kort na de bevrijding werd Mansholt gevraagd of hij minister van Voedselvoorziening, Landbouw en Visserij wilde worden. Hij aarzelde (‘minister zijn is een raar beroep’), maar stemde uiteindelijk toe, mede omdat zijn boerderij onder water stond. Hoewel hij toegezegd had om het twee jaar te doen, kreeg hij al snel de smaak te pakken en bleef ook in de vijf daaropvolgende kabinetten minister van Landbouw.

Met de hongerwinter nog vers in het geheugen was zijn beleid er op gericht Nederland zelfvoorzienend te maken. Nooit meer honger. Daarnaast wilde hij de positie van de boerenstand verbeteren. Ook boeren hadden recht op bestaanszekerheid, vakantie en culturele ontplooiing. Zijn belangrijkste maatregel was het invoeren van garantieprijzen. Door een minimumprijs vast te stellen voor de belangrijkste agrarische producten en een gegarandeerde afzet te bieden, wisten de boeren voortaan waar ze op konden rekenen. Toen Mansholt in 1958 gevraagd werd de eerste commissaris van landbouw te worden van de EEG, aarzelde hij geen moment. Nu kon hij zijn beleid op Europees niveau doorvoeren. Dwars tegen de verwachtingen in wist hij dit voor elkaar te krijgen tijdens legendarisch lange marathonzittingen, waarbij hij halsstarrige ministers soms domweg kapot vergaderde.

Halverwege de jaren zestig werd hij slachtoffer van zijn eigen succes. Er ontstonden overschotten – een boterberg, een melkzee, een graanberg – die in silo’s en koelhuizen moesten worden opgeslagen om vervolgens tegen grote verliezen te worden gedumpt op de wereldmarkt. In 1968 kwam Mansholt met een drastisch plan: 5 miljoen hectare grond moest uit productie worden genomen en 5 miljoen boeren moest de gelegenheid worden geboden om het veld te ruimen. Hoewel het plan sociale regelingen omvatte voor afvloeiing, omscholing en vervroegd pensioen, wilden de boeren er niets van weten. In het voorjaar van 1971 trokken ze woedend door de straten van Brussel, waarbij ze galgen met zich meedroegen en Mansholt vergeleken met Hitler.

sicco2
In de zomer daarop kreeg Mansholt last van een gevaarlijk hoge bloeddruk. De opstand van de boeren, twijfels over de manier waarop de EEG zich ontwikkelde, en twijfels over zijn eigen beleid met zijn overschotten en zijn schade aan natuur en milieu leidden tot een diepe crisis. Kort daarop las hij een eerste concept van The limits of growth, het rapport van de club van Rome. Hierin werd voorgerekend hoe ongebreidelde economische groei in combinatie met een groeiende wereldbevolking zou leiden tot een catastrofe in de eenentwintigste eeuw. Het leidde tot een radicale omslag in het denken van Mansholt. Hij ontpopte zich tot profeet van de nulgroei en vroeg hardop om een nieuwe Marx.

Mansholts ommekeer bleef niet beperkt tot zijn politieke denken. Terwijl hij sprak over de uitputting van de aarde, en een boerderij kocht in Drenthe om zich samen met zijn vrouw in terug te trekken, werd hij verliefd op een 24-jarige stagiaire: Petra Kelly, de latere oprichtster van de Grünen in Duitsland. Hij trok bij haar in, in een flatje te Brussel, maar keerde uiteindelijk toch terug bij zijn vrouw.
In de jaren daarna bleef Mansholt actief. In redevoeringen en interviews waarschuwde hij voor de catastrofe die op handen was en bekritiseerde ‘zijn eigen’ gemeenschappelijke landbouwbeleid dat volledig uit de klauwen liep.
Ondertussen begon hij in de schuur bij zijn boerderij aan de bouw van een zeilboot. Hiermee stak hij in 1980 de Atlantisch Oceaan over en voer de Amazone op. Een jeugddroom.

Mansholt stierf in 1995 op 86-jarige leeftijd.